Eddy de Bruin

"Mijn ontwikkeling in Ving Tsun."

Ik ben begonnen met vechtkunsten op mijn 18e. Eerst een paar jaar Tae Kwon Do, toen Karate en een paar jaar met veel plezier gebokst bij Kristallijn in Den Haag (beetje een begrip in de bokswereld). Boksen was fysiek het interessantst maar als vechtkunst te beperkt. Als sport heb ik er nooit verder in willen gaan, want de ring in had ik geen behoeft aan; er is nl. altijd wel iemand die veel beter is en je gezicht in puin slaat. Mijn broer heeft er een boksneus aan overgehouden! Enfin, op een dag , toen ik werkte als kok in Leiden,  kwam ik de zwager van James ter Beek tegen. We raakte aan de praat over vechtsporten en hij repte over Wing Chun. Nooit van gehoord maar de bewegingen die hij me liet zien waren dermate fascinerend dat ik meteen contact heb opgenomen met James. James was zijn trainer, en bij hem heb ik vervolgens zo’n 10 jaar getraind, met heel veel plezier. Heel lang prive les gevolgd, op zijn zolderkamertje volgestouwd met dummy en vechtsportparafernalia. Geweldige tijd was dat.

In 1992 ben ik naar de VS verhuisd waar ik vier jaar heb gewoond en Wing Chun les heb gegeven om financieel mijn hoofd boven water te houden en ook om niet in Wing Chun vergetelheid te zakken. Eenmaal terug in Nederland ben ik in Amsterdam gaan wonen waar James mij in contact bracht met Dennis Janssen, die aan de PABO studeerde en een Wing Chun trainingsmaatje zocht. Het klikte meteen tussen ons en we hebben op het USC (Universitair Sport Centrum) ettelijke jaren getraind en zelfs les gegeven. Toen dachten Dennis en ik dat we wel rijp waren voor een eigen school. Met veel fanfare en (over)moed een schooltje geopend. De euforie hieromtrent was van korte duur, want Dennis was een maand of drie na opening van de school Gert Jan Ketelaar tegengekomen in Hilversum en die gaf Ving Tsun. Nou dacht ik, drie letters verschil, dat kan toch niet zo anders zijn dan? Maar Dennis was best wel ‘down’ van de ontmoeting, ontluisterd, zelfs desillusioneerd. Zo sterk zelfs, dat hij me vertelde geen les meer te kunnen geven. Maar onze school dan? vroeg ik. We zijn net begonnen en zo anders kan het toch niet zijn? Kunnen we dan niet importeren wat hij geeft zodat we er allemaal beter van worden? Nee, zei Dennis, het gaat veel dieper dan dat. De hele uitgangspositie van VT is drastisch anders dan WC, alles, structuur, trainingsmethode, centre-line, noem maar op. In feite alle concepten die wij dachten een beetje te beheren werden anders gedaan, en sterker nog, zoals het hoort, volgens Dennis. Nou, dat moest ik maar eens meemaken. Ik mee met Dennis naar Hilversum, en ja hoor, een man van mijn leeftijd, grijzend, Hollander (geen geheimzinnige Oosterling, o.i.d.) liet me werkelijk alle hoeken van de dojo zien zonder met zijn ogen te knipperen. Ik stond echt versteld. Ten eerste, hoe kan het dat iemand zo goed is en ik zo slecht? Ten tweede, dit wil ik leren, en zo snel mogelijk. Ja hoor, ik was ook om, en dat in minder dan een uur met GJ in een dojo! Maar nu? We hadden een school gesticht, nog geen kwartaal geleden, die jongens van ons konden we toch niet in de kou laten zitten? En ook, Hilversum was wel erg ver weg om twee of drie keer wekelijks te gaan trainen. Gelukkig had GJ zelf een idee, hij had een topleerling waarvan hij vond dat de stap tot leraar een goede zou zijn in zijn VT ontwikkeling. Dat was Kai.

Eddy de Bruin Eddy de Bruin and James ter Beek
Eddy de Bruin & Johan Jocker training Long Pole Eddy de Bruin & Kai Metselaar Eddy de Bruin

Goed, om een lang verhaal kort te maken, Kai traint ons nu al ruim twee jaar in Amsterdam, samen met Tomek. Ik heb geen seconde spijt gehad, niet van de WC tijd, niet van de switch naar VT. Sterker nog, ik heb nog nooit zo veel getraind, geleerd en plezier gehad van vechtsport. De school zelf doet me vaak denken aan de goede oude bokstijd bij Kristallijn waar ieder elkaar trainde. De een op de stootzak als hij daar zin in heeft, de ander op de dummy, maar allemaal met hetzelfde doel: in een goede sfeer elkaar trainen waardoor iedereen groeit, iedere les een stapje verder. 


Eddy de Bruin, september 2008